Geluk
Een workshop ‘Happiness at work’ op het werk. De eerste vraag die rijst is dan toch of er iets schort aan het werkgeluk, dat wellicht gerepareerd zou moeten worden. Mensen zijn blijkbaar geneigd te denken in termen van herstel. Ik was verbaasd (en toch ook weer niet) dat menig collega het eigen werkgeluk als zeer goed tot uitmuntend bestempelde. Mijn zelfevaluatie bleef echter hangen bij vijf van de tien punten.
Er zijn dan collega’s die door durven te vragen. Moeten wij praten over die vijf? Hoe gaat het eigenlijk met je? Ik probeer sinds kort dan Onno Quist uit Harry Mulisch’ meesterwerk aan te halen: ‘Och, praat me daar niet van! Elke morgen, als ik wakker word, staart het bankroet van mijn leven me met holle ogen aan.’ Ook zo’n reactie moet je natuurlijk met de nodige korreltjes zout nemen. En toch moet er ook ruimte zijn voor de twijfel die achter die bagatellisering schuilgaat.
Voor iemand die gelooft in de inherente goedheid van ieder mens, is mijn beeld bij de toekomstverwachting voor de mens toch wat pessimistisch de laatste tijd. Hoe kan ik mijn (werk)geluk als uitstekend bestempelen, wanneer de wereld in brand staat, en we maar door lijken te gaan met onze dagelijkse beslommeringen, amper onze schouders nog ophalen bij natuurrampen, sociale ongelijkheid en alle wereldpolitieke beslommeringen?
Werk is dan voor mij al gauw de belangrijkste bijzaak van de wereld. Mijn geluk is veelal mijn gezinsgeluk. Hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat mijn bestaan slechts de grond is waarop mijn kinderen hopelijk hun geluk kunnen bouwen. Dat raakt dan weer aan mijn levensgeluk. Wanneer ik in het afleggen van mijn eigen leven vanuit liefde iets kan bijdragen aan het herstel en opbouw van de ander, zou dat de mooiste vorm van geluk kunnen zijn.
Patrick





